Echtscheiding

21 maart 2017
door: Mr. Chantal Lemmens
21 maart 2017
door: Mr. Chantal Lemmens
21 maart 2017
door: Mr. Chantal Lemmens

Het kindgebonden budget houdt de (juridische) gemoederen al enkele jaren bezig en zorgt al enkele jaren voor rechtsonzekerheid en tot op zekere hoogte ook rechtsongelijkheid.

 

Kinderalimentatie

Zo zorgde het er tot 9 oktober 2015 voor dat het verschil uitmaakte of de rechtbank of het gerechtshof te Den Haag de kinderalimentatie moest berekenen of een ander gerecht in Nederland.

 

In Den Haag brachten ze het kindgebonden budget namelijk niet in mindering op de behoefte van het kind, wat de andere gerechten wel deden. In Den Haag namen ze het kindgebonden budget mee als inkomen in het berekenen van de draagkracht van de verzorgende ouder. Dit leidde in veel gevallen tot een hogere kinderalimentatie dan in vergelijkbare gevallen beoordeeld door de andere gerechten.

 

Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over kindgebonden budget en kinderalimentatie

Om aan deze rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid een einde te maken, werd een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. De Hoge Raad werd verzocht antwoord te geven op de vraag op welke wijze met het kindgebonden budget rekening gehouden moest worden bij het berekenen van de kinderalimentatie.

 

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad deze vraag beantwoord en bepaald dat het kindgebonden budget als inkomen meegenomen moet worden in de draagkrachtberekening van de verzorgende ouder.

 

Hiermee leek het ‘probleem’ van het kindgebonden budget opgelost.

Al snel bleek dit echter niet het geval te zijn. Het kindgebonden budget zorgt opnieuw voor problemen. Nu bij het berekenen van de partneralimentatie.

 

Partneralimentatie

De vraag die nu rijst is of met het kindgebonden budget wel of geen rekening gehouden moet worden bij het berekenen van de partneralimentatie.

 

Ook in deze discussie koos het gerechtshof te Den Haag aanvankelijk een andere weg dan de andere gerechten in Nederland.

Het gerechtshof te Den Haag was aanvankelijk van mening dat het kindgebonden budget niet als inkomen meegenomen moest worden in de berekening van de partneralimentatie.

Dit in tegenstelling tot de andere gerechten, alsook het rapport alimentatienormen 2017, die het kindgebonden budget wel als inkomen in de berekening van de partneralimentatie meenamen.

 

Omwille van de rechtseenheid en het geringe verschil in de uitkomst van de verschillende benaderingen koos het Gerechtshof er in mei 2016 voor af te wijken van haar eerdere standpunt en om de berekening van de andere gerechten te volgen.

 

In haar arrest van 22 februari 2017 concludeerde het Gerechtshof te Den Haag echter dat het verschil in de twee benaderingen wel degelijk tot grote verschillen kan leiden en dat het dus wel degelijk uit kan maken welke benadering gekozen wordt.

 

Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over kindgebonden budget en partneralimentatie

In dit grote verschil en het feit dat er verschillende opvattingen zijn over de wijze waarop met het kindgebonden budget rekening moet worden gehouden, zag het Gerechtshof te Den Haag dan ook aanleiding om ook deze discussie aan de Hoge Raad voor te leggen.

 

In haar arrest van 22 februari 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag opnieuw een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. Dit maal over de wijze waarop bij het berekenen van de partneralimentatie met het kindgebonden budget rekening moet worden gehouden.

 

Deze aan de Hoge Raad gestelde vraag dient nog door de Hoge Raad beantwoord te worden. Dit kan nog enkele maanden duren en het is te hopen dat het de Hoge Raad dit jaar nog lukt om ook deze vraag over het kindgebonden budget te beantwoorden. Tot die tijd zorgt het kindgebonden budget dus opnieuw voor onzekerheid en mogelijk te laag berekende partneralimentatie.

 

Mocht er bij het berekenen van de door jou te ontvangen of te betalen partneralimentatie rekening gehouden zijn met het kindgebonden budget, houdt mijn website dan in de gaten en houdt er rekening mee dat na de uitspraak van de Hoge Raad mogelijk blijkt dat het berekende bedrag aan alimentatie niet correct is berekend.

 

Arrest Gerechtshof Den Haag d.d. 22 februari 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:412)ECLI:NL:GHDHA:2017:412)

 

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer

Echtscheiding

21 maart 2017
door: Mr. Chantal Lemmens
21 maart 2017
door: Mr. Chantal Lemmens
21 maart 2017
door: Mr. Chantal Lemmens

Het kindgebonden budget houdt de (juridische) gemoederen al enkele jaren bezig en zorgt al enkele jaren voor rechtsonzekerheid en tot op zekere hoogte ook rechtsongelijkheid.

 

Kinderalimentatie

Zo zorgde het er tot 9 oktober 2015 voor dat het verschil uitmaakte of de rechtbank of het gerechtshof te Den Haag de kinderalimentatie moest berekenen of een ander gerecht in Nederland.

 

In Den Haag brachten ze het kindgebonden budget namelijk niet in mindering op de behoefte van het kind, wat de andere gerechten wel deden. In Den Haag namen ze het kindgebonden budget mee als inkomen in het berekenen van de draagkracht van de verzorgende ouder. Dit leidde in veel gevallen tot een hogere kinderalimentatie dan in vergelijkbare gevallen beoordeeld door de andere gerechten.

 

Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over kindgebonden budget en kinderalimentatie

Om aan deze rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid een einde te maken, werd een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. De Hoge Raad werd verzocht antwoord te geven op de vraag op welke wijze met het kindgebonden budget rekening gehouden moest worden bij het berekenen van de kinderalimentatie.

 

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad deze vraag beantwoord en bepaald dat het kindgebonden budget als inkomen meegenomen moet worden in de draagkrachtberekening van de verzorgende ouder.

 

Hiermee leek het ‘probleem’ van het kindgebonden budget opgelost.

Al snel bleek dit echter niet het geval te zijn. Het kindgebonden budget zorgt opnieuw voor problemen. Nu bij het berekenen van de partneralimentatie.

 

Partneralimentatie

De vraag die nu rijst is of met het kindgebonden budget wel of geen rekening gehouden moet worden bij het berekenen van de partneralimentatie.

 

Ook in deze discussie koos het gerechtshof te Den Haag aanvankelijk een andere weg dan de andere gerechten in Nederland.

Het gerechtshof te Den Haag was aanvankelijk van mening dat het kindgebonden budget niet als inkomen meegenomen moest worden in de berekening van de partneralimentatie.

Dit in tegenstelling tot de andere gerechten, alsook het rapport alimentatienormen 2017, die het kindgebonden budget wel als inkomen in de berekening van de partneralimentatie meenamen.

 

Omwille van de rechtseenheid en het geringe verschil in de uitkomst van de verschillende benaderingen koos het Gerechtshof er in mei 2016 voor af te wijken van haar eerdere standpunt en om de berekening van de andere gerechten te volgen.

 

In haar arrest van 22 februari 2017 concludeerde het Gerechtshof te Den Haag echter dat het verschil in de twee benaderingen wel degelijk tot grote verschillen kan leiden en dat het dus wel degelijk uit kan maken welke benadering gekozen wordt.

 

Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over kindgebonden budget en partneralimentatie

In dit grote verschil en het feit dat er verschillende opvattingen zijn over de wijze waarop met het kindgebonden budget rekening moet worden gehouden, zag het Gerechtshof te Den Haag dan ook aanleiding om ook deze discussie aan de Hoge Raad voor te leggen.

 

In haar arrest van 22 februari 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag opnieuw een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. Dit maal over de wijze waarop bij het berekenen van de partneralimentatie met het kindgebonden budget rekening moet worden gehouden.

 

Deze aan de Hoge Raad gestelde vraag dient nog door de Hoge Raad beantwoord te worden. Dit kan nog enkele maanden duren en het is te hopen dat het de Hoge Raad dit jaar nog lukt om ook deze vraag over het kindgebonden budget te beantwoorden. Tot die tijd zorgt het kindgebonden budget dus opnieuw voor onzekerheid en mogelijk te laag berekende partneralimentatie.

 

Mocht er bij het berekenen van de door jou te ontvangen of te betalen partneralimentatie rekening gehouden zijn met het kindgebonden budget, houdt mijn website dan in de gaten en houdt er rekening mee dat na de uitspraak van de Hoge Raad mogelijk blijkt dat het berekende bedrag aan alimentatie niet correct is berekend.

 

Arrest Gerechtshof Den Haag d.d. 22 februari 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:412)ECLI:NL:GHDHA:2017:412)

 

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer