Echtscheiding

26 april 2019
door: Mr. Chantal Lemmens
26 april 2019
door: Mr. Chantal Lemmens
26 april 2019
door: Mr. Chantal Lemmens

Vergoedingsrecht

 

‘Ik vind eigenlijk dat het niet kan.’

 

Ik zit bij een bevriende advocate in de auto. We hebben samen cursus gehad en bespreken deze op ons gemak na. We komen op het recente arrest van de Hoge Raad over het vergoedingsrecht.

 

Al snel blijkt dat we hier beiden anders tegen aan kijken.

 

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 5 april 2019 beoordeeld of een echtgenoot een vordering op de gemeenschap kan hebben in het geval hij of zij tijdens het huwelijk privégeld naar de gezamenlijke bankrekening heeft overgemaakt en dit bedrag vervolgens door hen samen consumptief is besteed. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van de huishouding, aan kosten van eten, kleding, uitjes en vakanties. Of met andere woorden, partijen hebben er goed van geleefd.

 

In haar arrest van 5 april 2019 oordeelt de Hoge Raad dat de echtgenoot die het privégeld naar de gemeenschap heeft overgemaakt een vergoedingsrecht heeft op die gemeenschap ter hoogte van het gestorte bedrag. Deze echtgenoot heeft dus recht om het gestorte privé bedrag weer terug te ontvangen.

 

‘Maar dat betekent dat één van de echtgenoten, na echtscheiding, een schuld heeft aan de andere echtgenoot ter hoogte van dit privé gestorte bedrag’, geeft mijn collega aan.

 

‘Nee,’ antwoord ik. ‘De gemeenschap heeft een schuld aan de echtgenoot die het privé geld heeft overgemaakt. Je zou het privé bedrag dus eerst uit het vermogen van de gemeenschap moeten halen en hetgeen dan overblijft bij helfte moeten verdelen. Op die manier krijgt degene die privé vermogen heeft geïnvesteerd zijn of haar privé vermogen terug en wordt de gemeenschap niet met dat bedrag bevoordeeld. En dat is redelijk toch?’

 

‘Maar dan moet de gemeenschap dat bedrag nog wel hebben’, concludeert mijn collega. ‘Hebben partijen geen vermogen meer, betekent deze uitspraak dan dat één van hen een schuld heeft aan de ander, vanwege het geïnvesteerde privé bedrag? Dat is dan weer niet redelijk, toch?’

 

Hm, ja, zo had ik er nog niet tegenaan gekeken. In mijn praktijk zijn de te verdelen gemeenschappen over het algemeen positief, althans positief genoeg om eventuele vergoedingsrechten terug te betalen.

In haar praktijk kan ik me voorstellen dat dit anders is en dat daar geldt ‘op is op’.

En ja, dan geloof ik meteen dat je anders tegen het arrest van de Hoge Raad aankijkt dan ik dat doe. En de Hoge Raad ook zelf doet overigens. Want in het geval dat de Hoge Raad moest beoordelen, was er voldoende vermogen te verdelen om daar het privé gestorte bedrag uit terug te betalen. Sterker nog, het bedrag waarover de discussie ging stond al op de derdengeldrekening van één van de advocaten. En het overige vermogen was al verdeeld.

En dat maakt het terugbetalen van het naar de gemeenschap overgemaakt privé vermogen natuurlijk aanzienlijk makkelijker dan in het geval er per saldo niets of weinig te verdelen is.

Want in dat geval kan ik me voorstellen dat terugbetaling niet altijd redelijk is. En dat onder omstandigheden dan geldt 'op is op'.


Deel op sociale media:

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer

Echtscheiding

26 april 2019
door: Mr. Chantal Lemmens
26 april 2019
door: Mr. Chantal Lemmens
26 april 2019
door: Mr. Chantal Lemmens

Vergoedingsrecht

 

‘Ik vind eigenlijk dat het niet kan.’

 

Ik zit bij een bevriende advocate in de auto. We hebben samen cursus gehad en bespreken deze op ons gemak na. We komen op het recente arrest van de Hoge Raad over het vergoedingsrecht.

 

Al snel blijkt dat we hier beiden anders tegen aan kijken.

 

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 5 april 2019 beoordeeld of een echtgenoot een vordering op de gemeenschap kan hebben in het geval hij of zij tijdens het huwelijk privégeld naar de gezamenlijke bankrekening heeft overgemaakt en dit bedrag vervolgens door hen samen consumptief is besteed. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van de huishouding, aan kosten van eten, kleding, uitjes en vakanties. Of met andere woorden, partijen hebben er goed van geleefd.

 

In haar arrest van 5 april 2019 oordeelt de Hoge Raad dat de echtgenoot die het privégeld naar de gemeenschap heeft overgemaakt een vergoedingsrecht heeft op die gemeenschap ter hoogte van het gestorte bedrag. Deze echtgenoot heeft dus recht om het gestorte privé bedrag weer terug te ontvangen.

 

‘Maar dat betekent dat één van de echtgenoten, na echtscheiding, een schuld heeft aan de andere echtgenoot ter hoogte van dit privé gestorte bedrag’, geeft mijn collega aan.

 

‘Nee,’ antwoord ik. ‘De gemeenschap heeft een schuld aan de echtgenoot die het privé geld heeft overgemaakt. Je zou het privé bedrag dus eerst uit het vermogen van de gemeenschap moeten halen en hetgeen dan overblijft bij helfte moeten verdelen. Op die manier krijgt degene die privé vermogen heeft geïnvesteerd zijn of haar privé vermogen terug en wordt de gemeenschap niet met dat bedrag bevoordeeld. En dat is redelijk toch?’

 

‘Maar dan moet de gemeenschap dat bedrag nog wel hebben’, concludeert mijn collega. ‘Hebben partijen geen vermogen meer, betekent deze uitspraak dan dat één van hen een schuld heeft aan de ander, vanwege het geïnvesteerde privé bedrag? Dat is dan weer niet redelijk, toch?’

 

Hm, ja, zo had ik er nog niet tegenaan gekeken. In mijn praktijk zijn de te verdelen gemeenschappen over het algemeen positief, althans positief genoeg om eventuele vergoedingsrechten terug te betalen.

In haar praktijk kan ik me voorstellen dat dit anders is en dat daar geldt ‘op is op’.

En ja, dan geloof ik meteen dat je anders tegen het arrest van de Hoge Raad aankijkt dan ik dat doe. En de Hoge Raad ook zelf doet overigens. Want in het geval dat de Hoge Raad moest beoordelen, was er voldoende vermogen te verdelen om daar het privé gestorte bedrag uit terug te betalen. Sterker nog, het bedrag waarover de discussie ging stond al op de derdengeldrekening van één van de advocaten. En het overige vermogen was al verdeeld.

En dat maakt het terugbetalen van het naar de gemeenschap overgemaakt privé vermogen natuurlijk aanzienlijk makkelijker dan in het geval er per saldo niets of weinig te verdelen is.

Want in dat geval kan ik me voorstellen dat terugbetaling niet altijd redelijk is. En dat onder omstandigheden dan geldt 'op is op'.


Deel op sociale media:

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer