Echtscheiding

27 november 2020
door: Mr. Chantal Lemmens
27 november 2020
door: Mr. Chantal Lemmens
27 november 2020
door: Mr. Chantal Lemmens

vergoedingsrecht

 

‘Weten jullie hoe dat zit?’

Ik zit met twee collega’s aan de keukentafel voor ons structurele intervisie overleg.

De collega die de vraag stelt gaat verder. ‘Als partijen voor 2012 huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt met daarin een beding dat aangeeft dat onttrekkingen uit het privé vermogen nominaal moeten worden vergoed. Maar er wordt na 2012 privé geld geïnvesteerd, moet dat geïnvesteerde bedrag dan nominaal of volgens de beleggingsleer worden terugbetaald?’

‘Nominaal’, antwoorden mijn andere collega en ik direct en bijna in koor.

 

We discussiëren er even over en komen ten slotte gedrieën tot de conclusie dat in dit geval het bedrag dat uit het privé vermogen van de ene echtgenoot is aangewend ten behoeve van het gezamenlijke vermogen (of privé vermogen van de ander) voor hetzelfde bedrag terug moet worden betaald. Nominaal dus. Want, concluderen we: de beleggingsleer in de wet is regelend recht en daar mag door partijen van afgeweken worden. En dat hebben ze in de huwelijkse voorwaarden gedaan.

 

Zouden er geen afspraken gemaakt zijn, of zouden partijen in gemeenschap van goederen met elkaar zijn gehuwd, dan kan het ingewikkelder zijn. Want dan speelt de vraag in welk goed is geïnvesteerd en wanneer wel een rol.

 

Tot 2012 gold namelijk dat het bedrag dat de ene echtgenoot vanuit zijn of haar privé vermogen in het gezamenlijke vermogen of privé vermogen van de ander investeerde tot hetzelfde bedrag terugbetaald moest worden. (Dus zoals het ook in bovengenoemde huwelijkse voorwaarden was opgenomen). Het maakte daarbij niet uit of de zaak waarin werd geïnvesteerd (vaak een woning) mede door deze investering in waarde toenam of niet. Alleen het geïnvesteerde bedrag hoefde later terugbetaald te worden.

 

In de jurisprudentie werd hier steeds vaker van afgeweken, want in veel gevallen werd het niet als redelijk beschouwd dat alleen de eigenaar van een woning profiteerde van de waardevermeerdering ten gevolge van de investering van de ander. Dus werd in geval van investering in een woning steeds vaker de beleggingsleer toegepast. En in plaats van hetzelfde bedrag ontving de investeerder dan ook het rendement op zijn geïnvesteerde bedrag terug.

 

In 2012 is deze in de rechtspraak ontwikkelde visie in de wet opgenomen en sindsdien geldt voor investeringen gedaan na 2012 de beleggingsleer.

Alleen voor goederen die naar hun aard bestemd zijn om te worden verbruikt, blijft het te vergoeden bedrag het nominale bedrag. In alle andere gevallen deelt de investeerder mee in de waardeverandering van het goed waarin is geïnvesteerd.

In de hoogtijdagen op de woningmarkt (zoals nu) is dat voor de ‘investeerder’ positief, want met een hogere waarde van de woning zal er vaak ook een hoger vergoedingsrecht zijn.

In periode van crisis op de woningmarkt (welke we ook kennen) kan de beleggingsleer ook wel eens negatief uitpakken. Want als de waarde van de woning is verminderd deelt de ‘investeerder’ dus ook in deze vermindering mee en zal hij dus recht hebben op een lager bedrag dan hij met zijn privé geld heeft geïnvesteerd.

 

Wil jij of ga jij privé vermogen investeren in een gemeenschappelijk goed of in een goed van jouw echtgenoot/partner bedenk dan eerst goed welk regime hierop van toepassing is en welke ‘risico’s je loopt.

 

Hetzelfde geldt natuurlijk voor jouw echtgenoot/partner, want die kan te zijner tijd mogelijk aangesproken worden op het terug moeten betalen van het thans ontvangen bedrag of meer.

 

Wil je hier meer over weten, maak dan gerust een afspraak bij mij op kantoor. Ik help je graag verder.


Deel op sociale media:

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer

Echtscheiding

27 november 2020
door: Mr. Chantal Lemmens
27 november 2020
door: Mr. Chantal Lemmens
27 november 2020
door: Mr. Chantal Lemmens

vergoedingsrecht

 

‘Weten jullie hoe dat zit?’

Ik zit met twee collega’s aan de keukentafel voor ons structurele intervisie overleg.

De collega die de vraag stelt gaat verder. ‘Als partijen voor 2012 huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt met daarin een beding dat aangeeft dat onttrekkingen uit het privé vermogen nominaal moeten worden vergoed. Maar er wordt na 2012 privé geld geïnvesteerd, moet dat geïnvesteerde bedrag dan nominaal of volgens de beleggingsleer worden terugbetaald?’

‘Nominaal’, antwoorden mijn andere collega en ik direct en bijna in koor.

 

We discussiëren er even over en komen ten slotte gedrieën tot de conclusie dat in dit geval het bedrag dat uit het privé vermogen van de ene echtgenoot is aangewend ten behoeve van het gezamenlijke vermogen (of privé vermogen van de ander) voor hetzelfde bedrag terug moet worden betaald. Nominaal dus. Want, concluderen we: de beleggingsleer in de wet is regelend recht en daar mag door partijen van afgeweken worden. En dat hebben ze in de huwelijkse voorwaarden gedaan.

 

Zouden er geen afspraken gemaakt zijn, of zouden partijen in gemeenschap van goederen met elkaar zijn gehuwd, dan kan het ingewikkelder zijn. Want dan speelt de vraag in welk goed is geïnvesteerd en wanneer wel een rol.

 

Tot 2012 gold namelijk dat het bedrag dat de ene echtgenoot vanuit zijn of haar privé vermogen in het gezamenlijke vermogen of privé vermogen van de ander investeerde tot hetzelfde bedrag terugbetaald moest worden. (Dus zoals het ook in bovengenoemde huwelijkse voorwaarden was opgenomen). Het maakte daarbij niet uit of de zaak waarin werd geïnvesteerd (vaak een woning) mede door deze investering in waarde toenam of niet. Alleen het geïnvesteerde bedrag hoefde later terugbetaald te worden.

 

In de jurisprudentie werd hier steeds vaker van afgeweken, want in veel gevallen werd het niet als redelijk beschouwd dat alleen de eigenaar van een woning profiteerde van de waardevermeerdering ten gevolge van de investering van de ander. Dus werd in geval van investering in een woning steeds vaker de beleggingsleer toegepast. En in plaats van hetzelfde bedrag ontving de investeerder dan ook het rendement op zijn geïnvesteerde bedrag terug.

 

In 2012 is deze in de rechtspraak ontwikkelde visie in de wet opgenomen en sindsdien geldt voor investeringen gedaan na 2012 de beleggingsleer.

Alleen voor goederen die naar hun aard bestemd zijn om te worden verbruikt, blijft het te vergoeden bedrag het nominale bedrag. In alle andere gevallen deelt de investeerder mee in de waardeverandering van het goed waarin is geïnvesteerd.

In de hoogtijdagen op de woningmarkt (zoals nu) is dat voor de ‘investeerder’ positief, want met een hogere waarde van de woning zal er vaak ook een hoger vergoedingsrecht zijn.

In periode van crisis op de woningmarkt (welke we ook kennen) kan de beleggingsleer ook wel eens negatief uitpakken. Want als de waarde van de woning is verminderd deelt de ‘investeerder’ dus ook in deze vermindering mee en zal hij dus recht hebben op een lager bedrag dan hij met zijn privé geld heeft geïnvesteerd.

 

Wil jij of ga jij privé vermogen investeren in een gemeenschappelijk goed of in een goed van jouw echtgenoot/partner bedenk dan eerst goed welk regime hierop van toepassing is en welke ‘risico’s je loopt.

 

Hetzelfde geldt natuurlijk voor jouw echtgenoot/partner, want die kan te zijner tijd mogelijk aangesproken worden op het terug moeten betalen van het thans ontvangen bedrag of meer.

 

Wil je hier meer over weten, maak dan gerust een afspraak bij mij op kantoor. Ik help je graag verder.


Deel op sociale media:

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer