Echtscheiding

19 februari 2021
door: Mr. Chantal Lemmens
19 februari 2021
door: Mr. Chantal Lemmens
19 februari 2021
door: Mr. Chantal Lemmens

verrekenbeding

 

Vorige week mocht ik weer een keer naar de rechtbank. Altijd leuk, alhoewel, nu ook wel spannend. Niet alleen vanwege de sneeuw, maar ook vanwege het onderwerp:

het periodieke verrekenbeding’.

 

Of beter gezegd. De vraag of het periodiek verrekenbeding wel of niet is uitgevoerd. En daarmee samenhangend de vraag of het wettelijk vermoeden wel of niet van toepassing is.

 

Partijen verschillen hierover van mening.

Volgens de één is er tijdens het huwelijk nooit verrekend. En dit betekent dat al het vermogen dat er nu is, vermoed wordt het gevolg te zijn van het niet verrekende inkomen. En dit moet dus nog verrekend worden.

Volgens de ander hoeft er tijdens het huwelijk niet verrekend te worden, omdat er niets te verrekenen was. En dit betekent dan weer dat het wettelijk vermoeden niet van toepassing is en er niets verrekend hoeft te worden.

 

Namens de eerste partij wordt aangevoerd dat er niet verrekend is, omdat tijdens het huwelijk nooit ‘berekend’ is wat partijen aan inkomen hebben genoten. Ook is nooit berekend wat zij aan kosten van de huishouding hebben voldaan. En tenslotte is nooit berekend of er na voldoening van dit laatste nog inkomen over is gebleven, welk dan bij helfte tussen partijen verdeeld had moeten worden.

 

Namens de andere partij wordt aangevoerd dat de partner die stelt dat er geen uitvoering is gegeven aan het periodieke verrekenbeding dit moet ‘bewijzen’. En nu dit niet is bewezen er ook geen sprake is van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding. En dus ook niet van het wettelijke vermoeden inhoudende dat het huidige vermogen verrekend moet worden.

 

Ter zitting laat de rechter er geen onduidelijkheid over bestaan. In deze kwestie is het periodieke verrekenbeding niet uitgevoerd.

Van uitvoering van het periodiek verrekenbeding is namelijk sprake als partijen jaarlijks de exercitie van het berekenen van het overgespaard inkomen hebben ondernomen. Of met andere woorden. Het periodiek verrekenbeding is uitgevoerd als partijen elk jaar berekend hebben wat zij aan inkomen hebben genoten, wat zij aan de kosten van de huishouding hebben voldaan en wat zij na voldoening van deze kosten van hun inkomen hebben overgehouden.

 

Ook als de uitkomst van deze berekening negatief is en er dus feitelijk in een jaar niets te verrekenen is, moet dit op grond van het overeengekomen periodieke verrekenbeding berekend en vastgesteld worden. Doe je dit niet dan heb je het periodiek verrekenbeding niet uitgevoerd en geldt bij een eventuele echtscheiding het wettelijke vermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW en de verplichting om alsnog te verrekenen.

 

Wil je voorkomen dat hier, bij een eventuele echtscheiding, discussie over ontstaat, bereken dan elk jaar of er inkomen te verrekenen is en zo ja hoeveel. En verreken dit dan ook meteen.

 

Ben jij gehuwd op huwelijkse voorwaarden of heb je een geregistreerd partnerschap met partnerschap voorwaarden en wil je weten of bovenstaande ook op jou van toepassing is, neem dan gerust contact met mij op. Ik help je graag verder.


Deel op sociale media:

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer

Echtscheiding

19 februari 2021
door: Mr. Chantal Lemmens
19 februari 2021
door: Mr. Chantal Lemmens
19 februari 2021
door: Mr. Chantal Lemmens

verrekenbeding

 

Vorige week mocht ik weer een keer naar de rechtbank. Altijd leuk, alhoewel, nu ook wel spannend. Niet alleen vanwege de sneeuw, maar ook vanwege het onderwerp:

het periodieke verrekenbeding’.

 

Of beter gezegd. De vraag of het periodiek verrekenbeding wel of niet is uitgevoerd. En daarmee samenhangend de vraag of het wettelijk vermoeden wel of niet van toepassing is.

 

Partijen verschillen hierover van mening.

Volgens de één is er tijdens het huwelijk nooit verrekend. En dit betekent dat al het vermogen dat er nu is, vermoed wordt het gevolg te zijn van het niet verrekende inkomen. En dit moet dus nog verrekend worden.

Volgens de ander hoeft er tijdens het huwelijk niet verrekend te worden, omdat er niets te verrekenen was. En dit betekent dan weer dat het wettelijk vermoeden niet van toepassing is en er niets verrekend hoeft te worden.

 

Namens de eerste partij wordt aangevoerd dat er niet verrekend is, omdat tijdens het huwelijk nooit ‘berekend’ is wat partijen aan inkomen hebben genoten. Ook is nooit berekend wat zij aan kosten van de huishouding hebben voldaan. En tenslotte is nooit berekend of er na voldoening van dit laatste nog inkomen over is gebleven, welk dan bij helfte tussen partijen verdeeld had moeten worden.

 

Namens de andere partij wordt aangevoerd dat de partner die stelt dat er geen uitvoering is gegeven aan het periodieke verrekenbeding dit moet ‘bewijzen’. En nu dit niet is bewezen er ook geen sprake is van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding. En dus ook niet van het wettelijke vermoeden inhoudende dat het huidige vermogen verrekend moet worden.

 

Ter zitting laat de rechter er geen onduidelijkheid over bestaan. In deze kwestie is het periodieke verrekenbeding niet uitgevoerd.

Van uitvoering van het periodiek verrekenbeding is namelijk sprake als partijen jaarlijks de exercitie van het berekenen van het overgespaard inkomen hebben ondernomen. Of met andere woorden. Het periodiek verrekenbeding is uitgevoerd als partijen elk jaar berekend hebben wat zij aan inkomen hebben genoten, wat zij aan de kosten van de huishouding hebben voldaan en wat zij na voldoening van deze kosten van hun inkomen hebben overgehouden.

 

Ook als de uitkomst van deze berekening negatief is en er dus feitelijk in een jaar niets te verrekenen is, moet dit op grond van het overeengekomen periodieke verrekenbeding berekend en vastgesteld worden. Doe je dit niet dan heb je het periodiek verrekenbeding niet uitgevoerd en geldt bij een eventuele echtscheiding het wettelijke vermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW en de verplichting om alsnog te verrekenen.

 

Wil je voorkomen dat hier, bij een eventuele echtscheiding, discussie over ontstaat, bereken dan elk jaar of er inkomen te verrekenen is en zo ja hoeveel. En verreken dit dan ook meteen.

 

Ben jij gehuwd op huwelijkse voorwaarden of heb je een geregistreerd partnerschap met partnerschap voorwaarden en wil je weten of bovenstaande ook op jou van toepassing is, neem dan gerust contact met mij op. Ik help je graag verder.


Deel op sociale media:

Voor eventuele vragen kun je mij telefonisch bereiken op maandag en woensdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en op dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 17.00 uur.

 

Laat jouw e-mailadres achter als je meer informatie wilt over dit onderwerp.

 

Ongeldige invoer